Rupsje Nooitgenoeg punniken

Rupsje Nooitgenoeg punniken

Een paar maanden geleden maakte ik voor de peuterspeelzaal van zoonlief een rupsje voor een houten bord met gaatjes. Afgelopen week vroeg één van de juffen of ik nog een rupsje wilde maken voor het boek Rupsje Nooitgenoeg. Ze leest graag voor uit dit boekje, maar wilde graag een iets kleiner formaatje van de rups die ik eerder maakte. Nu had ik toevallig een paar weken geleden een punnikklosje bij de Wibra gekocht. Dit was de ideale gelegenheid om die uit te proberen. Ik heb restjes wol genoeg, dus ik hoefde er niets voor aan te schaffen. Vol goede moed haalde ik het klosje uit de verpakking, zocht ik de juiste kleuren wol bij elkaar en wilde beginnen. Maar hoe ging dat verdraaide punniken ook al weer?

Gelukkig hebben we tegenwoordig YouTube. Waar zouden we zijn zonder YouTube? Ideaal voor het jezelf leren van van alles, waaronder dus punniken. Punniken (ben ik de enige die dit een raar woord vind?) is dus heel erg simpel. Ik heb een foto-instructie gemaakt zodat iedereen het kan leren. Want wie wil dat nou niet? Het resultaat mag er wezen, een heus Rupsje Nooitgenoeg.

IMG_4122

Wat heb je nodig?

  • Wol
  • Punnikklosje
  • Haaknaald
  • Stopnaald

 

Hoe maak je Rupsje Nooitgenoeg?

  1. Steek de draad van boven naar onder door de punnik-klos (foto 1).
  2. Houd het uiteinde vast met één hand en sla met de andere hand de draad vanuit het midden van het klosje van rechts naar links om het haakje heen (zie foto 2). Breng de draad naar het haakje rechts van dit haakje en herhaal deze stap. Doe dit voor elk haakje (foto 3-5).

  3. Sla de draad van links naar rechts om het volgende haakje. Zorg dat de draad boven de draad op het haakje ligt (foto 6). Met de haaknaald of punnikpen til je de onderste draad over de bovenste draad heen en laat je hem van het haakje afglijden (foto 7). Je hebt nu je eerste steek gemaakt. Herhaal dit totdat je koord lang genoeg is. In principe kun je met deze steek eindeloos doorgaan. Gebruik je één kleur en wil je afhechten? Ga dan door naar stap 6. Bij dit rupsje wissel ik van kleur.
  4. Kleur wisselen: Maak 6 rondjes van 4 steken. Knip de draad af op zo’n 10 cm (foto 8). Voeg nu de nieuwe kleur toe, zoals op foto 9 te zien. Vouw het begin van de draad naar binnen, zodat die gelijk is afgewerkt en niet naar buiten uitsteekt. Je werkt nu tijdelijk met twee draden (foto 10). Je haalt na vier steken dan ook twee (!) draden over het haakje heen, totdat het uiteinde van kleur één helemaal is meegehaakt. Daarna ga je op de gebruikelijke manier verder met de nieuwe kleur.
  5. Voor dit rupsje wissel je 5 keer van kleur. Wanneer je na de wisseling van kleur het uiteinde van de vorige kleur hebt weggewerkt maak je steeds 6 rondjes van 4 steken. Je kunt natuurlijk ook variëren. Hoe meer rondjes, hoe langer de kleur wordt. Ik heb voor gelijke stukken gekozen: 3 lichtgroene en 2 donkergroene voor het lijf en een rood stuk voor het hoofd.

  6. Afhechten: Knip de draad af op ongeveer 15 centimeter (foto 11). Neem een stopnaald (foto 12) en haal de naald door elk lusje op de haakjes (foto 13). Haal vervolgens de rups van de haakjes af (foto 14) en trek de draad aan (foto 15).
  7. Afwerken draden: Steek met de stopnaald de draden aan de onder- en bovenkant naar binnen (foto 16-17).
  8. Je maakt Rupsje Nooitgenoeg helemaal af met twee voelsprieten, twee ogen en een mond. De voelsprieten maak je door twee kettingen te haken van 3 lossen. Deze rijg je vast op het hoofd. De ogen en de mond borduur je met een restje groene en gele wol op het hoofd. De losse uiteinden werk je weer af door ze met een stopnaald naar binnen te werken.

Dat was het! Vrij simpel, met een leuk resultaat. Rupsje Nooitgenoeg is ondertussen al een paar keer door het boek op de peuterspeelzaal gekropen.

 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *